© Etienne van Berlo

Kunsttour

De stad als speeltuin:

Een museum is een vrij democratisch forum met een uitzonderingspositie, maar het dilemma ontstaat dat een museum dan geen openbare ruimte meer is, maar juist een geïndividualiseerde zone. Voor mij bestaat er op deze manier een dubbele scheiding tussen kunst in de openbare ruimte en kunst in het museum. De Kunst in de openbare ruimte en moraal gaat volgens mij niet samen. Beeldende kunst behoort een functionele vormentaal te spreken, die verplaatsing verduidelijkt. En door zijn grote broer in het museum, wordt dit kleine kunstzusje in de problemen gebracht. Kunst presenteren in een museum is voor de kunstenaar een luxeverschijning.
De ontwikkelingen die ertoe hebben geleid waardoor kunst autonoom werd en waarin de kunst in dienst staat van de kunst en niet in dienst van opdrachtgevers of burgerlijke smaak. De professionalisering van de kunst leidde er onherroepelijk toe dat het lekenpubliek steeds verder van de kunst verwijderd bleek, omdat zijn kennis over kunst en die van het professionele vlak steeds verder uit elkaar kwamen te liggen. Dit vind ik een groot dilemma, want ik zou als kunstenaar niet zonder de vrijheid van autonome beeldende kunst kunnen functioneren en de normale burgerman begrijpt de zin niet van hoe ik wil uitbeelden. De overheid probeert dit dilemma door zijn beleid in toom te houden, waardoor de 2-deling tussen autonome kunst en normale burgerman in stand blijft. De oplossing hiervoor is dat bewoners in samenwerking met een kunstenaar gaan toewerken naar materialisering van hun wensen en ideeën.

Ik leg de nadruk op het fundamentele idee van functionele vormgeving, die haaks tegenover het idee van de moderne autonome kunst staat. Ik vind het belangrijk, dat een beeldend werk zich behoort te conformeren naar zijn omgeving en beeldend een uitspraak behoort te zijn, richting die specifieke omgeving en niet autonoom of zonder betekenis ruimte mag opeisen. Geef een neutrale speelzone de ruimte, zich te ontpoppen